Maandelijks archief 25 september 2019

Patton? Die kon je beter niet tegen je hebben

 

Aan de vooravond van D-Day maakte generaal Patton een rondje langs de troepen van het Amerikaanse Third Army. De jongens waren jong en onervaren, veel van hen waren nog nooit hun eigen staat uit geweest. En nu kregen ze een wapen in hun handen gedrukt en moesten ze in Europa tegen de Duitsers gaan vechten. Ze hadden een peptalk nodig. En die kregen ze.

Patton was een geval apart. Hij was de koning van het moderne wapentuig (tanks), verbeterde de overrompeltactiek van het Duitse leger (Blitz) en dwong met zijn lef en daadkracht bij vriend en vijand respect af. Kort na D-Day kreeg Patton het commando over het derde Amerikaanse leger. Goed idee van Eisenhower, want het derde leger zou een sleutelrol gaan spelen bij de geallieerde successen in Normandië én bij de beslissende slag in het Ardennenoffensief. Die Patton kon je maar beter aan jouw kant hebben tijdens de oorlog.

Een man met zo’n aanvalsmentaliteit kan natuurlijk niet alleen maar bewonderenswaardig zijn: Patton was óók arrogant, publiciteitsgeil, agressief en een racist. Battle fatigue? Onzin, dat was gewoon luiheid en lafheid. Tot twee keer toe probeerde Patton het er – letterlijk – uit te slaan bij ondergeschikten. Nazi’s? Goede, gedisciplineerde soldaten. Joden? ‘A subhuman species without any of the cultural or social refinements of our times.’ Russen? ‘Genghis Khan’s degenerate descendants.’ Als het aan Patton had gelegen, hadden de Amerikanen Hitler verslagen, het Duitse leger ingelijfd en de Russen te grazen genomen.

Geen aardige man? Het zal de jongens onder zijn commando een rotzorg geweest zijn. Zij wilden gewoon dat iemand hen vertelde hoe ze níet verlamd van angst moesten raken, hoe ze moesten overleven, hoe ze moesten winnen. En dat deed Patton,  toen hij ‘zijn’ soldaten toesprak vlak voor ze naar Normandië vertrokken. Hij was grof , vloekte en tierde, zweepte de jongens op, gaf hen energie en motiveerde hen.  

‘I don’t want to get any messages saying, ‘I am holding my position.’ (…) We are advancing constantly and we are not interested in holding onto anything, except the enemy’s balls. We are going to twist his balls and kick the living shit out of him all of the time. (…) You’ve got to spill their blood, or they will spill yours. Rip them up the belly. Shoot them in the guts. When shells are hitting all around you and you wipe the dirt off your face and realize that instead of dirt it’s the blood and guts of what once was your best friend beside you, you’ll know what to do!’

Op die toon, maar dan wat langer. Zijn optreden is de geschiedenis ingegaan als ’the blood and guts speech’.

Eenmaal aan de overkant bleek het derde leger van Patton precies wat de geallieerden in Normandië op dat moment nodig hadden. Hun komst doorbrak de impasse die in de dagen na D-Day was ontstaan. De soldaten waren precies zo agressief, effectief en razendsnel als hen was opgedragen. Hun succes en vlotte opmars hebben we aan Patton – en de jongens zelf, natuurlijk! – te danken. Ik ben geneigd zijn karakterfouten maar gewoon op de koop toe nemen.