Jaarlijks archief 20 december 2021

Eisenhower, zijn generaals en waarom D-Day toch een succes werd

 

Verrassend weetje: Eisenhower was g een militair supertalent. Nou ja, hij was geen nitwit natuurlijk. Maar dat juist hij in 1944 het opperbevel kreeg over Operation Overlord was voor veel mensen een verrassing. Eisenhower had natuurlijk wel uitzonderlijke talenten: hij kon organiseren als geen ander en hij kon werkelijk met iedereen door een deur. En wat bleek: organisatietalent en sociale vaardigheden bleken in zijn positie belangrijker dan al het andere.

Alleen al op D-Day zelf moesten ruim 150.000 mannen het Kanaal over, voorzien van alles wat zo’n invasiemacht nodig had. Wapens, medische voorzieningen, vervoer, dekens, tenten, eten… Alles. Dan heb je wel wat aan organisatorische vaardigheden. Maar de andere uitdaging was misschien nog wel groter. Eisenhower kreeg het bevel over een clubje zéér eigengereide generaals, met botsende visies en tegenstrijdige belangen. Aan hem de schone taak om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, zodat de geallieerden eensgezind, vlot en met zo min mogelijk verliezen de Duitsers zouden verslaan. Ga er maar aan staan.

Om te beginnen vertrouwden de geallieerden de Franse generaal De Gaulle absoluut niet. Roosevelt noemde hem ‘apprentice dictator’ en had hem het liefst overal buiten gehouden, ook buiten de landing op Normandië. De Gaulle was inderdaad een lastpak, maar hij was – anders dan het Vichy-regime – een échte tegenstander van de nazi’s. En hij had de steun van de Forces Françaises Libres. Omdat de invasie in Normandië ging plaatsvinden, zou bovendien voor de tweede keer in korte tijd een wereldoorlog op Frans grondgebied worden uitgevochten. Eisenhower had beter dan veel anderen door dat hij niet om De Gaulle heen kon.

In eigen land werd generaal Montgomery vereerd als een held, maar buiten Engeland was hij vooral bekend om zijn ego en gebrek aan tact – ook bij mensen die zijn militaire ervaring wisten te waarderen. De manier waarop hij zijn kansen op een snelle inname van Caen verprutste, ergerde de Amerikanen tot op het bot. Veel van hen wilden van hem af, maar Eisenhower liet hem blijven, vanwege zijn staat van dienst en zijn heldenstatus in Engeland. Maar ook hij was bepaald geen fan. Veel later, in 1963, liet Eisenhower zich in een interview een keer ontvallen: ‘… He [Montgomery] is a psychopath. Don’t forget that.’

Van links naar rechts: Patton, Eisenhower en Bradley.

Ook binnen de Amerikaanse gelederen verliep het stroef: de Amerikaanse generaals Bradley en Patton moesten níets van elkaar hebben. Bradley was een oerdegelijke harde werker die de dingen graag ‘by the book’ deed en weinig creatief was. Patton was het tegenovergestelde: een flamboyante vechtersbaas die lak had aan regels. Zijn mannen droegen hem op handen en onder zijn leiding gingen ze als een stoomwals over de Duitse troepen heen. Patton was ook omstreden: aartsconservatief, agressief en uitgesproken anti-Russisch. Bovendien had hij wel érg veel bewondering voor de opleidingsorganisatie van de Duitse SS. En die twee tegenpolen moesten een hecht Amerikaans front vormen…

Dat waren alleen nog maar de generaals. Alsof Roosevelt en Churchill niet ook een willetje hadden. Of Stalin.

Iedereen moest iets van Eisenhower tijdens Operation Overlord. En hij maar organiseren, bemiddelen en bijsturen. Intussen voerde hij overigens gewoon zijn eigen plan uit, want hij was een vriendelijke man, maar hij liet beslist niet met zich sollen. De man is niet alleen vanwege zijn prettige omgangsvormen twee keer tot president van de VS verkozen.

Het eerste hoofdkwartier dat Eisenhower inrichtte op het Europese vasteland lag in een veld bij Tournières, een dorpje hier vlakbij. Dat wordt nog jaarlijks herdacht (en soms regent het).

Eisenhower heeft wel eens het verwijt gekregen dat hij te voorzichtig was . Dat de oorlog in Europa eerder voorbij had kunnen zijn als hij steviger had doorgepakt. Best mogelijk. Maar speculeren kan ik ook. Als Eisenhower níet zo voorzichtig was geweest, had Patton wellicht niet alleen in zijn fantasie een verbond gesloten met de Duitsers om samen op te trekken tegen de Russen. Dan was Montgomery misschien veel langer dwars blijven liggen dan hij toch al deed. En dan was De Gaulle misschien buiten spel komen te staan en had er zomaar een Franse burgeroorlog kunnen uitbreken.

Je weet het gewoon niet.

Wat mij betreft verdient Eisenhower alle monumenten en onderscheidingen die hij gekregen heeft én beide termijnen als Amerikaanse president.

Gewapend met doedelzak en kilt op Sword Beach

 

Het is al sinds mensenheugenis aan tussen mij en Schotland. Mijn ouders namen van een reis een keer een speelgoed-Nessie mee die een muziekje kon maken. Dus ik kan al sinds mijn zevende meezingen met The Bonnie Banks of Loch Lomond. Ik hield lang voordat dieetgoeroes het tot superfood verklaarden al héél erg van havermout. En ik kan goed tegen harde regen en de klank van doedelzakken. Schotland en ik zijn eigenlijk gewoon voor elkaar gemaakt.

Geen mooie foto, wel een échte van de landing op Sword Beach. Met rechts op de voorgrond Bill Millin en zijn pipes.

Tegen die achtergrond is het wel te verklaren dat het verhaal van Piper Bill me zo aanspreekt, vind ik. Piper Bill Millin was die Schot die op D-Day in een kilt en met zijn doedelzak aan land ging op Sword Beach, terwijl de kogels om zijn oren floten. Om de andere jongens van zijn regiment moed in te spelen. Duitse krijgsgevangen verklaarden later dat ze niet op hem schoten omdat ze dachten hij knettergek was. Je kunt je er wel iets bij voorstellen.

Oorspronkelijk werden doedelzakken in het Schotse leger gebruikt om bevelen en berichten door te geven, op dezelfde manier als hoorns bij de cavalerie. Maar vanaf begin 19de eeuw was het gebruikelijk dat in de voorste linies een doedelzakspeler meeging, voor het moraal van de strijdende soldaten. En die doedelzakspeler zelf was slechts gewapend met een mes, een kilt en zijn instrument.

In de voorste linies zijn overlevingskansen sowieso gering, maar je maakt het er niet beter op als je praktisch ongewapend de aandacht gaat lopen trekken. Vooral in de Eerste Wereldoorlog, toen doedelzakspelers ook mee ‘over the top’ gingen met charges vanuit de loopgraven, hebben maar weinig van hen het overleefd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, nadat bij El Alamein in 1943 wéér veel doedelzakspelers waren omgekomen, werd besloten dat ze voortaan verder naar achteren in actie zouden komen. Maar daar wilde bevelhebber Lord Lovat tijdens de landing op Normandië in 1944 níks van weten. Er moest en zou een doedelzak mee, vooraan in de aanval. Toen Piper Bill protesteerde omdat het tegen de wens van het hogere bevel was, wuifde hij het bezwaar weg: ‘But that’s the English War Office. You and I are both Scottish, and that doesn’t apply.’ Bill was snel om. Dus daar ging hij, van de boot af het water in, achter bevelhebber Lovat aan. En hij begon te spelen.

Die niemand-maakt-mij-wat-houding – van Lord Lovat én van Piper Bill – vind ik geweldig. Ook al is het misschien niet de meest kansrijke manier om gevaarlijke situaties te overleven. Piper Bill en Lord Lovat hadden die dag geluk.