Maandelijks archief 16 januari 2024

Vijf D-Day-landingsstranden

 

Natuurlijk ging het op 6 juni 1944 om veel meer dan alleen die vijf landingsstranden. Maar dáár begon de bevrijding van West-Europa, bij het nieuwe front in het westen. Tegelijkertijd zetten de Russen een tandje bij in het oosten. (Een flinke tand, mogen we wel zeggen. Met dat gigantische offensief – Operation Bagration – had het Russische leger de nazi’s al praktisch op de knieën.) Al die inspanningen bij elkaar brachten het einde van de Tweede Wereldoorlog en het Derde Rijk een stuk dichterbij.   

Operation Overlord – de codenaam voor het hele gebeuren – geldt nog steeds als de allergrootste invasie over zee ooit. En op vijf reepjes Normandische kust van elk om en nabij de vijf kilometer lang moest die enorme geallieerde overmacht voet aan de grond zien te krijgen. Dat ging in grote lijnen als volgt.

Utah Beach
Landinwaarts bij Utah Beach werden in de nacht vóór D-Day Amerikaanse parachutisten gedropt, ter voorbereiding op de landing vanaf zee. Veel van hen kwamen verkeerd terecht, in het moeras achter de duinen en zelfs midden in het dorp Sainte-Mère-Église. Met heel wat improvisatie wisten de mannen toch te doen waarvoor ze gekomen waren: verwarring zaaien onder de Duitse soldaten en een aantal belangrijke kruispunten en wegen bezetten.

Ook de landing over zee ging – vanwege de sterke stroming – niet helemaal volgens plan. Maar dat pakte juist gunstig uit. Op de plek waar de soldaten terecht kwamen (twee kilometer verderop) was de Duitse verdediging minder sterk, dat scheelde weer. Alle geallieerde soldaten in het gebied vonden elkaar uiteindelijk; aan het eind van de dag hadden ze het kustgebied tot een kilometer of vijf landinwaarts in handen.

Als je in de buurt bent, ga dan vooral naar het boeiende Utah Beach Museum

Omaha Beach
Op Omaha Beach zat alles tegen. Alleen al de ligging van het strand, met aan weerszijden hoge rotsen, was een flinke uitdaging. Bovendien was de Duitse verdediging veel beter op orde dan verwacht, had het bombardement in de nacht voor D-Day zijn doelen bij het strand grotendeels gemist, en maakte de ruwe branding het bijzonder moeilijk om te manoeuvreren.

De situatie was zo uitzichtloos dat de Amerikaanse generaal Omar Bradley even overwoog de operatie af te blazen… Maar zo ver kwam het niet. Tegen het vallen van de avond kregen de geallieerden vaste grond onder de voeten, al stelde het nog maar weinig voor en had dat kleine succes onvoorstelbaar veel gekost.

Vlak achter Omaha Beach en de indrukwekkende Amerikaanse begraafplaats ligt het Overlord Museum. Zeer aan te bevelen als je op zoek bent naar een globaal overzicht van de operatie. 

Gold Beach
Vanwege ongunstig tij konden de Britten hier pas in actie komen toen de Amerikanen op Utah Beach en Omaha Beach al een uur bezig waren. Het strand werd fel verdedigd, maar anders dan bij Omaha Beach had het bombardement in de nacht voor D-Day de Duitse verdediging verpulverd. Bovendien was de rugdekking van de Britse marine zeer effectief.

Binnen een uur hadden de Britten meerdere doorgangen geforceerd. Ze stootten meteen door, verder het binnenland in en veroverden Arromanches. Daar begon een paar dagen later de aanleg van een gigantische artificiële haven.

Meer over hoe die haven in Arromanches er kwam, zie je in het 100% vernieuwde Musée du Débarquement (heropend in april 2023).

Juno Beach 
De  Canadezen die op Juno Beach landden, kregen het in eerste uur zwaar te verduren. De woeste branding, zandbanken, mijnenvelden en felle tegenstand van de Duitsers zorgden voor een enorme chaos op het strand. Maar toen de eerste Canadezen eenmaal waren doorgebroken, kregen ze de situatie snel onder controle.

Het lukte de Canadezen een heel eind verder te komen. Niet zo ver dat ze hun doel – de luchthaven van Carpiquet bij Caen – wisten te halen, maar opvallend ver gezien het moeizame begin. En ver genoeg om aan het eind van de dag aansluiting te vinden bij de Britten die op Gold Beach waren geland.  

In het Juno Beach Centre is van alles te zien over de – toch vaak wat onderbelichte – bijdrage van de Canadezen.

Sword Beach
Ook bij Sword Beach werden in de nacht voor D-Day parachutisten gedropt, Britten en Canadezen. Ze hadden, net als de Amerikanen bij Utah Beach, de taak om de landing over zee voor te bereiden. Tien minuten na de landing hadden ze twee belangrijke bruggen in handen. En die moesten ze vast zien te houden tot hun collega’s zich de volgende ochtend een weg door de Duitse verdediging hadden gevochten.

Er was ook op Sword Beach tegenstand, natuurlijk, maar minder heftig dan op de andere stranden. De Duitsers trokken zich eerst terug en zetten toen de tegenaanval in; dat was een verrassing voor de Britten, maar ze lieten zich niet overrompelen. Gelukkig voor de mannen bij die twee bruggen die de ene na de andere Duitse aanval hadden moeten afslaan. Een uur of negen lang, non-stop!

Meer over dit sterke staaltje van de Britten zie je in het Pegasus Memorial Museum

Het duurde uiteindelijk een kleine week voor de geallieerden van de vijf stranden één geallieerd front hadden gemaakt. Een kleine twee maanden later verloren de Duitse troepen de laatste belangrijke slag bij Falaise en waren de gevechten in Normandië voorbij.

Verder lezen over de landingsstranden: Gewapend met doedelzak en kilt op Sword Beach, JD Salinger: over Utah Beach en ‘battle fatigue’, Scotty en zijn engelbewaarder op Juno Beach, Zo werd Omaha Beach ‘Bloody Omaha’

De impressionisten in Normandië

 

Veel van de grote impressionisten waren dol op Normandië. Monet, Renoir, Degas bijvoorbeeld kwamen hier graag om zich te laten inspireren door de ruige natuur en het heldere licht. Wat waarschijnlijk ook hielp, was dat twee voorlopers en leermeesters van de impressionisten uit Normandië kwamen. Millet (geboren en getogen in Manche) was een eigenzinnig schilder en een groot voorbeeld voor Van Gogh. En Boudin (uit Calvados) was zelf ook nogal talentrijk, maar is nu vooral bekend als degene die Monet op het juiste spoor zette.

De liefde is geheel wederzijds trouwens. Normandië is ook dol op de impressionisten en dat kun je hier overal – vooral aan de kust – zien en ervaren. Maar ik heb wel zo mijn favoriete plekjes natuurlijk. 

1 – Niet te missen voor die-hard fans: Giverny

Het huis en de tuin van Monet in Giverny zijn hier een aardig eindje vandaan: halverwege op weg naar Parijs. Maar het is natuurlijk wel dé plek om het impressionisme een keer echt te beleven. Monet woonde er van 1883 tot zijn dood en raakte in zijn weelderige tuin geïnspireerd tot het maken van allerlei prachtigs. Zijn serie ‘De Waterlelies’, om maar eens wat te noemen, is spectaculair mooi – en groot! (En te zien in het Musée de l’Orangerie in Parijs…) Schuin tegenover het huis van Monet in Giverny ligt het Musée des Impressionnismes, waar naast werk van onder meer Bonnard en Caillebotte ook hedendaagse kunst met impressionistische roots te zien is. Als je er dan toch bent…

2 – Moderne ku(n)ststad: Le Havre

Impression, soleil levant (1872) van Monet, geschilderd in Le Havre

Het Le Havre dat Monet inspireerde bestaat niet meer. In de aanloop naar D-Day werd de oude stad volledig van de kaart geveegd; het centrum en havengebied moesten daarna volledig opnieuw worden opgebouwd. Architect Perret deed dat vervolgens zo goed – geheel in de bouwstijl van de jaren ’50 – dat ‘zijn’ stad  tegenwoordig op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. Dat op zich is al reden om een keer te gaan kijken, vind ik. In het MuMa (Musee André Malraux) vind je veel impressionistische geschiedenis van Le Havre terug. Niet alleen werken van Monet, maar ook van onder anderen Degas, Renoir en Pissarro.

 

3 – Geboorteplaats van Boudin: Honfleur

In de hoogtijdagen van het impressionisme trok de halve wereld en zijn broer met zijn schildersezel naar Honfleur. Logisch: het is ook nu nog een van de mooiste plaatsjes van de Normandische kust. Niet geheel toevallig is Honfleur ook de plek waar een van de voorlopers van het impressionisme vandaan komt: Boudin, mentor en vriend van Monet. En dus is er in Honfleur een Musée Eugène Boudin – dat zeer de moeite waard is. Naast tekeningen en schilderijen van Boudin, is daar werk van onder meer Monet, Courbet en Dufy te zien.

4 – De stad van de honderd klokkentorens: Rouen

Monet was gefascineerd door de kathedraal van Rouen. Omdat het gebouw er altijd anders uitzag, afhankelijk van het weer en het moment van de dag. Bijna wit in de felle zomerzon, rood bij zonsondergang, lila op een heiige ochtend… En 11 van de 31 schilderijen die Monet maakte van de kathedraal hangen in het Musée des Beaux-Arts in Rouen. En dan zijn er natuurlijk nog -tig redenen om naar Rouen te gaan, maar daarover een andere keer.

5 – Schilderen in de natuur bij Etretat

De kliffen van Étretat waren een geliefd onderwerp van veel impressionisten. Naast Monet, kwamen Courbet en Jongkind er bijvoorbeeld graag. Voor Monet was de omgeving niet alleen inspirerend maar soms ook frustrerend… Het lukte hem niet al die beweging van wolken en water, en het steeds veranderende licht goed te vangen. Vond híj, althans.

6 – Speeltuin voor de rijke elite: Deauville en Trouville

Ook Deauville en Trouville deden het goed bij de impressionisten. Boudin kwam er vaak en schilderde veel scenes met de chique – voornamelijk Parijse – badgasten op het strand. In de zomer van 1870 was zijn jonge vriend Monet er ook. Monet had nog geen naam gemaakt en zat krap bij kas. Hij hoopte in Trouville wat te kunnen verkopen aan al die rijke toeristen. In het werk dat Monet die zomer maakte zie je al iets van de impressionistische stijl waar hij beroemd om is geworden. Het is luchtiger en helderder dan daarvoor; de zon en de wind zijn bijna voelbaar. 

7 – Waar Millet het vak leerde: Cherbourg

Nog een belangrijke voorloper van het impressionisme – en van grote invloed op Van Gogh – was Millet. Hij werd geboren in het gehuchtje Gruchy, niet ver van Cherbourg, de stad waar hij zijn opleiding deed. In Cruchy kun je nog het geboortehuis van Millet bewonderen, al heb ik het tijdens mijn omzwervingen daar nog nooit open gezien. Na zijn vertrek naar Cherbourg (en later Le Havre en Parijs) kwam Millet er nooit meer terug, maar het platteland van noordelijk Manche is overal in zijn werk terug te vinden. In het Thomas Henry Museum in Cherbourg hangt de op-één-na-grootste collectie van zijn werk (na Musée d’Orsay in Parijs).

8 – het Barfleur van Signac

De vuurtoren van Gatteville die Signac zo mooi heeft vereeuwigd staat vlakbij Barfleur. Hij komt daar niet vandaan, maar hij heeft er aan het eind van zijn leven een tijdje doorgebracht om te schilderen. Wat hem in die omgeving aantrok – de ruige natuur en het heldere licht – is in al die jaren nauwelijks veranderd. Dus als je niet per sé van het impressionisme bent, maar wel van wandelen in de natuur: ga daar vooral heen!

Meer over mooie plekjes om te bezoeken: 7 plus 1 redenen om naar Chateau de Balleroy te gaan, Niet alle Kanaaleilanden zijn Brits, Barfleur en Beuvron, de mooiste dorpen van Normandië