Tag archief tweede wereldoorlog

Eisenhower, zijn generaals en waarom D-Day toch een succes werd

 

Verrassend weetje: Eisenhower was g een militair supertalent. Nou ja, hij was geen nitwit natuurlijk. Maar dat juist hij in 1944 het opperbevel kreeg over Operation Overlord was voor veel mensen een verrassing. Eisenhower had natuurlijk wel uitzonderlijke talenten: hij kon organiseren als geen ander en hij kon werkelijk met iedereen door een deur. En wat bleek: organisatietalent en sociale vaardigheden bleken in zijn positie belangrijker dan al het andere.

Alleen al op D-Day zelf moesten ruim 150.000 mannen het Kanaal over, voorzien van alles wat zo’n invasiemacht nodig had. Wapens, medische voorzieningen, vervoer, dekens, tenten, eten… Alles. Dan heb je wel wat aan organisatorische vaardigheden. Maar de andere uitdaging was misschien nog wel groter. Eisenhower kreeg het bevel over een clubje zéér eigengereide generaals, met botsende visies en tegenstrijdige belangen. Aan hem de schone taak om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, zodat de geallieerden eensgezind, vlot en met zo min mogelijk verliezen de Duitsers zouden verslaan. Ga er maar aan staan.

Om te beginnen vertrouwden de geallieerden de Franse generaal De Gaulle absoluut niet. Roosevelt noemde hem ‘apprentice dictator’ en had hem het liefst overal buiten gehouden, ook buiten de landing op Normandië. De Gaulle was inderdaad een lastpak, maar hij was – anders dan het Vichy-regime – een échte tegenstander van de nazi’s. En hij had de steun van de Forces Françaises Libres. Omdat de invasie in Normandië ging plaatsvinden, zou bovendien voor de tweede keer in korte tijd een wereldoorlog op Frans grondgebied worden uitgevochten. Eisenhower had beter dan veel anderen door dat hij niet om De Gaulle heen kon.

In eigen land werd generaal Montgomery vereerd als een held, maar buiten Engeland was hij vooral bekend om zijn ego en gebrek aan tact – ook bij mensen die zijn militaire ervaring wisten te waarderen. De manier waarop hij zijn kansen op een snelle inname van Caen verprutste, ergerde de Amerikanen tot op het bot. Veel van hen wilden van hem af, maar Eisenhower liet hem blijven, vanwege zijn staat van dienst en zijn heldenstatus in Engeland. Maar ook hij was bepaald geen fan. Veel later, in 1963, liet Eisenhower zich in een interview een keer ontvallen: ‘… He [Montgomery] is a psychopath. Don’t forget that.’

Van links naar rechts: Patton, Eisenhower en Bradley.

Ook binnen de Amerikaanse gelederen verliep het stroef: de Amerikaanse generaals Bradley en Patton moesten níets van elkaar hebben. Bradley was een oerdegelijke harde werker die de dingen graag ‘by the book’ deed en weinig creatief was. Patton was het tegenovergestelde: een flamboyante vechtersbaas die lak had aan regels. Zijn mannen droegen hem op handen en onder zijn leiding gingen ze als een stoomwals over de Duitse troepen heen. Patton was ook omstreden: aartsconservatief, agressief en uitgesproken anti-Russisch. Bovendien had hij wel érg veel bewondering voor de opleidingsorganisatie van de Duitse SS. En die twee tegenpolen moesten een hecht Amerikaans front vormen…

Dat waren alleen nog maar de generaals. Alsof Roosevelt en Churchill niet ook een willetje hadden. Of Stalin.

Iedereen moest iets van Eisenhower tijdens Operation Overlord. En hij maar organiseren, bemiddelen en bijsturen. Intussen voerde hij overigens gewoon zijn eigen plan uit, want hij was een vriendelijke man, maar hij liet beslist niet met zich sollen. De man is niet alleen vanwege zijn prettige omgangsvormen twee keer tot president van de VS verkozen.

Het eerste hoofdkwartier dat Eisenhower inrichtte op het Europese vasteland lag in een veld bij Tournières, een dorpje hier vlakbij. Dat wordt nog jaarlijks herdacht (en soms regent het).

Eisenhower heeft wel eens het verwijt gekregen dat hij te voorzichtig was . Dat de oorlog in Europa eerder voorbij had kunnen zijn als hij steviger had doorgepakt. Best mogelijk. Maar speculeren kan ik ook. Als Eisenhower níet zo voorzichtig was geweest, had Patton wellicht niet alleen in zijn fantasie een verbond gesloten met de Duitsers om samen op te trekken tegen de Russen. Dan was Montgomery misschien veel langer dwars blijven liggen dan hij toch al deed. En dan was De Gaulle misschien buiten spel komen te staan en had er zomaar een Franse burgeroorlog kunnen uitbreken.

Je weet het gewoon niet.

Wat mij betreft verdient Eisenhower alle monumenten en onderscheidingen die hij gekregen heeft én beide termijnen als Amerikaanse president.

Martha Gellhorn: verstekeling op Omaha Beach

 

Tot voor kort bestond Martha Gellhorn voor mij alleen als mevrouw Ernest Hemingway nummer drie van vier. En dat is eigenlijk een schande. Want als iemand meer verdient dan een voetnootje te zijn in het leven van een ander, is zij het wel. Als journaliste ging ze niet alleen vol de concurrentiestrijd met Hemingway aan, in moreel opzicht won ze die ook.

Oorlogen verslaan was natuurlijk ‘echt mannenwerk’. Dus toen D-Day naderde, leek het erop dat Martha Gellhorn de invasie zou missen, ondanks haar indrukwekkende staat van dienst in de Spaanse Burgeroorlog. Maar dat liet ze zich niet zo maar gebeuren. Haar opdracht – om een gezellig stukje te tikken over de achterblijvers in Engeland, vanuit een vrouwelijk perspectief – bleek een perfect alibi.

Want er was natuurlijk niemand in geïnteresseerd in de achterblijvers en al helemaal niet in een vrouwelijk perspectief. Maar het gaf haar wel een goede reden om bij een vertrekkend hospitaalschip rond te hangen. Ze deed alsof ze de verpleegkundigen op het schip wilde interviewen en mocht aan boord. Daar verstopte ze zich in een wc tot het schip op volle zee was. Op 8 juni 1944 kwamen ze aan bij Omaha Beach en werd de eerste van een eindeloze stroom gewonden aan boord gehesen.

Van het ooggetuigenverslag dat Gellhorn schreef over haar ervaringen krijg je buikpijn en tranen in je ogen. En toch: op de voorpagina van het juninummer van haar opdrachtgever, Colliers Magazine, stond het verslag van haar wereldberoemde echtgenoot. Haar stuk verscheen, flink ingekort, pas twee maanden later.

De journalistieke rivaliteit tussen Hemingway en Gellhorn is legendarisch. Dus ik denk echt dat hij haar expres heeft dwarsgezeten. Als dat waar is, is dat niet zo fraai van hem. Want hij kon zijn verhaal schrijven omdat zíj net op tijd een vlucht naar Engeland voor hem had geregeld. Bovendien had hij zijn opdrachtgevers voor het uitkiezen, maar besloot hij zijn verhaal aan te bieden bij háár belangrijkste opdrachtgever. En dan heeft hij zijn ‘ooggetuigenverslag’ waarschijnlijk nog uit zijn duim gezogen ook. Het huwelijk stelde toch al niet veel meer voor, maar dit was voor haar de laatste druppel. Er zijn huwelijken om minder goede redenen gestrand…

Na de publicatie van het stuk werd Gellhorn gearresteerd door de militaire politie en werd ze naar een trainingskamp voor verpleegkundigen gestuurd. Maar na een paar weken ontsnapte ze – natuurlijk ontsnapte ze! – en wist ze een vlucht naar Italië te regelen. Tot het einde van de oorlog bleef ze in Europa. Ze reisde rond en schreef over onder meer de Slag om Arnhem en de hartverscheurende bevrijding van Dachau.

Ze was niet te stuiten, die vrouw. In een tijd dat het voor een vrouw nog zeer ongepast was om überhaupt ambitie te hebben, werd zij succesvol als oorlogsverslaggever. Ze was nergens bang voor, behalve voor burgerlijke saaiheid en verveling. En bij de invulling van haar leven heeft ze maar van twee dingen écht last gehad. Van het feit dat ze als vrouw bepaalde dingen niet ‘mocht’ en van de eeuwige schaduw van de grote Ernest Hemingway.

Als schrijver van literatuur was hij misschien beter dan zij – in ieder geval succesvoller – maar als oorlogscorrespondent bepaald niet. Gellhorn is haar hele leven actief – en productief – geweest in conflictgebieden overal ter wereld. Tijdens de oorlog in Vietnam in de jaren 60, bij de strijd in en om Israël in de jaren 70 en  bij de burgeroorlogen in Centraal America in de jaren 80. Ze versloeg in 1989 – op haar 81ste, nota bene! – nog de Amerikaanse invasie van Panama. Pas toen er oorlog uitbrak in de Balkan in de jaren 90 haakte ze af, omdat ze zich ‘niet fit genoeg’ voelde.

Haar gezondheid ging snel achteruit. Geheel ‘in character’ heeft ze niet willen afwachten tot ze volledig was afgetakeld. In 1998 pleegde ze zelfmoord, na een lang en intens geleefd leven dat – gelukkig voor haar – onmogelijk saai kan zijn geweest.

Zij waren er ook: Waar was Hemingway op D-Day 1944?, JD Salinger: over Utah Beach en ‘battle fatigue’, De man die D-Day fotografeerde, Scotty en zijn engelbewaarder op Juno Beach